Annemieke Dannenberg - Kleine heilige dingen 

 

Deze recensie verscheen in

De Standaard - 1 maart 2025

Een verboden liefde, een alomtegenwoordige god en een verstikkende omgeving drijven de gevoelige Judith compleet tot waanzin.

 

In het evangelische milieu waarin Judith opgroeit is God altijd en overal aanwezig. Wanneer ze verliefd wordt op het vrijgevochten meisje Dorian probeert ze zich uit de beklemming van haar omgeving te bevrijden. Maar zo gemakkelijk raak je niet van God los.

In Kleine heilige dingen, de debuutroman van de Nederlandse Annemieke Dannenberg, scheurt een zoekende tiener almaar vervaarlijker door het leven, tot ze onvermijdelijk uit de bocht vliegt. Dat leidt tot scènes waarin ook Dannenbergs verbeelding weinig remming kent. Van automutilatie tot pillen en psychoses: als het in dit boek mis gaat, dan gaat het goed mis.

Toch is Dannenberg – dichter, auteur van korte verhalen en geestelijk verzorger in de ouderenzorg – vaardig genoeg om de spirituele, seksuele en emotionele zoektocht van Judith met reliëf en nuance te beschrijven. Ze voorziet de wereld rondom het hoofdpersonage van voldoende grijstinten. Ja, de kerkgemeenschap is een knevel, maar soms is ze ook een warm bad. Ja, de christelijke vrienden en de helikoptermoeder van Judith zijn in het boek ‘een anachronistisch zootje sufferds’, maar ze bieden ook de zorg die Judith duidelijk mist. En ja, het idee van een nabije god lijkt voor velen misschien een ridicuul fantasma, maar wanneer Judith die god diep in zichzelf voelt, dan staat ze in vuur en vlam.

Driehoeksrelaties

De scènes waarin Judith mystieke ervaringen heeft, zijn kleurrijk, wild en intens. Een overrompelende natuurkracht neemt het dan van haar over: “Het bloed van zijn wonden verandert in een beekje. De stroom doorklieft mij. Het is levend water dat ik opneem met mijn huid. Ik voel de oordeelloosheid van die liefde en het stroomt via Jezus door mij heen. Het is een bron waarvan het water over de randen kolkt. Het neemt geen vorm aan, het heeft geen taal.”

Ook hier toont Dannenberg haar kunde in de manier waarop ze andere personages op Judiths extase laat reageren. Het zijn niet de ongelovigen die Judith wantrouwen wanneer ze vertelt hoe ze haar god als een slang in haar buik begint te voelen, wel de vrome christenen.

 

Liefde verschroeit. Dat is de rode draad door deze roman. Of je ze nu voelt voor het onbevangen meisje dat je zomaar in een frituur leert kennen of voor een god: liefde is vuur, en vuur is fijn en warm, maar ook gevaarlijk.

Het sprookje van Judith en de vrijmoedige Dorian is geen gewoon liefdesverhaal en zelfs geen ‘klassiek’ lgbti-verhaal. De queerness van Judith zit in het feit dat ze alleen tot driehoeksrelaties in staat is, want God zal zich bij haar nooit tot een bijrol laten dwingen.

Kleine heilige dingen is een hevige roman. Dannenberg is soms duidelijk nog op zoek naar vorm en stijl, maar met dit boek steekt ze het vuur wel aan de lont.

Eindejaarslijstje 2024

De Standaard der Letteren stelde aan alle medewerkers 3 vragen over de boeken van 2024.

De antwoorde werden gepubliceerd op 21 december 2024.

Dit waren mijn antwoorden.

 

1) Welk boek van 2024 was voor u het hoogtepunt van het jaar?

Beautyland van Marie-Helene Bertino is een wonderlijke roman over een doodgewoon meisje dat toevallig ook een alien blijkt te zijn. Met een fax (!) stuurt ze allerlei komische observaties naar haar buitenaardse opdrachtgevers. Die kurkdroge berichten lijken simpel en onnozel, maar ze zijn ook scherp, diepzinnig en onthullend. Een gelaagd boek over de zoekende aliens die wij allemaal zijn.

2) Welk boek zou u iedereen cadeau willen doen?

Literaire tijdschriften zijn de slagaders van de literatuur. Verras uzelf of iemand anders met een nummer van Het liegend konijn, Deus ex machina of nY. U hebt geen idee wat u gaat overkomen.

3) Welk zin is blijven hangen?

“Nee nee kapoen, nee wij gaan dat hier niet doen.” Volkszanger Wim Claeys bewerkte het lied ‘De vier getouwen’ van Walter De Buck, dat zelf ook weer gebaseerd was op een protestsong van bijna 150 jaar oud. Het aanstekelijke liedje kreeg vleugels tijdens de almaar groeiende protesten tegen de recente coalitievorming in Gent. Dat een doodeenvoudige maar krachtige tekst zo’n mobiliserend effect kan hebben, moet hoop geven aan alle mensen die het woord en de letteren diep in hun hart dragen.

Evelien de Vlieger - De nacht is voorbij

 

Deze recensie verscheen in De Standaard der Letteren op 26 oktober 2024.

 

In De nacht is voorbij reist Evelien De Vlieger met haar bejaarde ouders naar Frankrijk, en duikt in grote thema’s als dood en dementie. Ze doet dat met een vleug poëzie.

In enkele rake scènes beschrijft Evelien De Vlieger hoe het is wanneer je je ouders helemaal ziet veranderen. Hoe je eraan moet denken om het kinderslot van je auto in te schakelen wanneer je met hen naar Frankrijk rijdt. Hoe je elk halfuur moet stoppen zodat ze snel ergens kunnen plassen. Hoe gauw je vergeet dat je ooit rustig kon gaan slapen zonder je af te vragen of iedereen de ochtend zou halen.

In De nacht is voorbij vertelt De Vlieger over een driedaagse trip met haar ouders naar de Franse Thiérache. De vader weet op dat moment al even niet meer wie of waar hij is, de moeder is aan “het eind van haar Latijn, een op zich al dode taal, maar zorgen zal ze, desnoods tot ze erbij neervalt”. Samen spelen ze rummikub, drinken picon vin blanc en zien hoe de zwaluwen en de vlinders nooit moe lijken te worden.

Stapelwoord

Tussen de soms tragikomische vakantiescènes blikt De Vlieger vooruit en achteruit. We zien haar met zichzelf worstelen, als dochter en als schrijver. “Het valt me tegen van mezelf dat ik het zo verstandelijk blijf benaderen. Ik heb nood aan een huilbui maar schrijf een boek”, bedenkt ze wanneer ze over haar intussen overleden vader en het doel van De nacht is voorbij nadenkt. “Ik krijg er mijn vader niet mee terug en aangezien mijn moeder onlangs zei dat ze minstens nog wilde blijven leven tot dit boek klaar was, kan ik beter nog even doorgaan.”

De dood van haar vader was zelfgekozen, hoewel dat volgens de Belgische wet (en door de ziekte zelf) voor mensen met dementie in feite onmogelijk is. De Vlieger wil er in dit boek geen statement over maken, maar ze krabt wel waar het jeukt.

Op dezelfde manier schrijft ze over mantelzorg. Als een geliefde elke minuut van de dag zorg nodig heeft, hoe uitgeput moet je dan zijn voordat je mag toegeven dat het niet meer gaat? Zijn er trouwens valabele alternatieven? “Rusthuizen bestaan eigenlijk niet meer, ze heten nu woonzorgcentra. Ik weet niet wie dat stapelwoord voor de plek bedacht, maar het was niet iemand die er verbleef of werkte, gok ik.”

Ondanks die pregnante vragen en de grote thema’s is De nacht is voorbij geen klagerig boek. Met dartele uitweidingen over de fauna en flora van het Franse platteland en verwijzingen naar kunst en poëzie brengt ze zuurstof. De duiker die haar vader ooit tekende en die door de pagina’s van dit boek zwemt, doet hetzelfde als de auteur: elegant naar de diepte gaan om herboren weer boven te komen.

Roelof ten Napel - Over het zwijgen

 

Deze recensie verscheen in De Standaard op 13 april 2024.

 

 

 

In gevoelig proza dompelt Roelof ten Napel ons onder in het bedwelmende gepeins van schrijvers, kunstenaars en andere kwetsbare zielen.

 

Als voormalig laureaat van de Grote Poëzieprijs (in 2022, voor Dagen in huis) mag Roelof ten Napel zichzelf een gevierd dichter noemen. Ooit was Marie Verhulp, de hoofdpersoon in Over het zwijgen, dat ook. Na drie geprezen bundels blijft een nieuwe bundel weliswaar uit. Terwijl ze zich in een almaar langer durende stilte hult, doceert ze filosofie en schrijft ze essays. Tussendoor bezoekt ze exposities, geeft ze lezingen en leest ze Virginia Woolf.

Dat laatste is een hint voor de lezer: dit wordt geen spannende avonturenroman. Net als in het werk van Woolf zijn verhaalwendingen en intriges van ondergeschikt belang. Meer nog, in Over het zwijgen blijven ze volkomen afwezig. Als een moderne Mrs Dalloway leeft Marie Verhulp vooral in haar eigen gedachten, terwijl ze de rest van de wereld beleeft in de verhalen die anderen vertellen.

Zo iemand met een verhaal is Herder. Als jonge dichter komt hij Marie in Parijs interviewen nadat hij zich in haar werk heeft herkend. Zelf voelt Marie zich verwant met studente Rachel, die in een paper over het moederschap een wolk van herinneringen oproept. Dat geldt ook voor Wout, de broer van Marie die haar na troebele jaren eindelijk begint te waarderen. En dan is er nog bolleboos Jens, die ons de sleutel aanreikt om Over het zwijgen te kunnen begrijpen.

 

Op de kast

Volgens Jens zijn er steeds meer romans waarin personages zonder een specifiek doel rondlopen. Zulke boeken bieden veeleer “een verzameling ontmoetingen” dan “een doorlopende lijn”. Jens noemt ze “een kist vol andere mensen en plaatsen”.

Die omschrijving doet denken aan het werk van auteurs als Rachel Cusk en Olivia Laing. Door hun verhalen te doorspekken met memoires en bespiegelingen over de kunst en het leven slopen ze muurtjes tussen de roman en andere genres.

De uitspraak van Jens past ook perfect bij Over het zwijgen. Meer nog dan in zijn vroegere proza zoekt Roelof ten Napel in dit boek de buitenbocht van de roman op, door zijn verhaal voortdurend te onderbreken met filosofische uiteenzettingen en uitweidingen over kunst. De aandachtige lezer vindt verwijzingen naar Berlinde De Bruyckere en Jacqueline Rose, maar zoals Jens aan Marie uitlegt, dienen die referenties louter “om iets te zeggen over de binnenwereld van de hoofdpersoon, of de maatschappij eromheen”.

Roelof ten Napel zal sommige lezers met deze roman regelrecht de kast opjagen. Bijna alle personages dienen inderdaad vooral om de geest en de figuur van Marie aanschouwelijk te maken. En zelfs wanneer Marie haar stilte uiteindelijk verbreekt, beschrijft Ten Napel dat op een manier die meer over zijn hoofdpersoon zegt dan dat hij er echt in gaat. Als lezer ga je Marie zo haarscherp zien, maar haar ook voelen, dat staat Ten Napel niet toe.

Betekenisvol zwijgen

Toch laat Over het zwijgen wel degelijk een bedwelmende indruk na. Ten Napel zorgt ervoor dat deze korte roman pas na de laatste bladzijde echt begint te werken. De foto aan je muur, het kopje waaruit je drinkt en zelfs de stoel waarop je zit blijken ineens details te bevatten die je al lang niet meer hebt gezien.

En dan volgt de stilte waarover dit boek uiteindelijk gaat. Die stilte heeft al lang niet meer zo zwanger geklonken.

Over het zwijgen is een kleinood waarin de dichter, de essayist en de romanschrijver in Roelof ten Napel elkaar ontmoeten om samen over het leven te mijmeren. Door steeds radicaler plot en intrige achterwege te laten dreigt Ten Napel misschien een writer’s writer te worden, maar in tijden van bommen en granaten verdient deze zoekende ziel en bedachtzame vernieuwer beter dan dat.

Literatuur hoeft niet over de hele wereld te gaan om toch iets over die wereld te zeggen. Soms is betekenisvol zwijgen meer dan genoeg.